Duitse traantjes

Spaarders krijgen al jaren erg weinig rente op hun spaargeld. De Duitse journalist Holger Zschaepitz noemt dit een “geheime onteigening van spaarders door de financiële repressie van de ECB”.

Het is volgens Zschaepitz dus de schuld van de centrale bank. Maar in de Verenigde Staten is er ook een centrale bank, en daar krijgen actieve1 spaarders meer dan 2 procent rente. Hoe is dit verschil tussen de eurozone en de V.S. te verklaren?

Eén van de redenen is het feit dat de Amerikaanse federale overheid het voorbije decennium veel grotere tekorten opgestapelde dan de overheden in de eurozone.

Overheidstekort als percentage van het bruto binnenlands product in de Verenigde Staten (rood) en de eurozone (blauw). Bron van data en figuur: OESO.

Dit klinkt slecht voor de V.S., tot je naar de economische resultaten kijkt. De V.S. hebben een lagere werkloosheidsgraad en een hogere economische groei dan de eurozone. In plaats van hun schuldgraad te verkleinen, zouden landen met begrotingsoverschotten beter de belastingen verlagen of noodzakelijke investeringen doen2. Dat zou de economie in heel de eurozone een duwtje in de rug geven. En dan zou de ECB in navolging van de Fed de rente kunnen optrekken.

Journalisten en politici in Duitsland moeten beseffen dat ze deel uitmaken van een muntunie. De ECB kan niet enkel rekening houden met de Duitsers. Droog dus je tranen, Holger.

Bouwgrondbezitters werden slapend rijk

Uit het jaarverslag van de Nationale Bank van België:

Tussen 1973 en 2014 zijn woningen in België 11 keer duurder geworden. Dat is vooral een gevolg van de gronden, die in dezelfde periode maar liefst 19 keer duurder werden. Zoals je in de figuur kan zien, waren de prijsstijgingen in Vlaanderen nog extremer dan in Wallonië.

Ter vergelijking: de consumptieprijzen zijn tussen 1973 en 2014 ‘slechts’ verviervoudigd. De bouwkosten gingen maal vijf.

Geldvragen? Zoek op wikifin.be

Iedereen heeft wel eens vragen over geld, bijvoorbeeld over een beleggingsproduct, verzekeringen of je pensioen. Maar waar kan je best terecht voor meer informatie, onafhankelijk van een commerciële bank of verzekeraar? Continue reading “Geldvragen? Zoek op wikifin.be”

Beleggingen: het totaal telt

In een vorige post besprak ik de (bescheiden) winst op mijn aandelen in 2016. Het financieel1 vermogen van privépersonen bestaat echter typisch uit een mix van geld op (spaar)rekeningen en andere beleggingen (vaak via fondsen). Wanneer je een groot deel van je vermogen in aandelen investeert, kan je meer rendement halen dan iemand die al zijn geld op een spaarrekening laat staan. De keerzijde van de medaille is echter dat je ook het risico loopt op grote verliezen.

Ik gebruik opnieuw mijn eigen situatie om dit te illustreren. De bespreking gaat over geld dat ik het eerstkomende jaar niet van plan ben uit te geven. Het is altijd verstandig een buffer op een spaarrekening te houden voor (on)verwachte kosten. Een veelgebruikte vuistregel is dat je hiervoor zes maanden loon voorziet. Dit geld laat ik buiten beschouwing. Fiscaal voordelige beleggingen voor de heel lange termijn komen ook niet in het overzicht voor.

Op 31 december 2016 bestond mijn financieel vermogen voor 26% uit aandelen en 74% uit spaargeld. Zoals eerder gezegd, was het rendement op de aandelen 3,6%. Ik verdiende 1% interest op mijn spaargeld. Door de steeds maar zakkende spaarrentes zal dit in 2017 wellicht minder zijn. Toch is het ongelooflijk dat mensen miljarden euro op spaarboekjes met de wettelijke minimumrente van 0,11% laten staan. Je kan nochtans heel gemakkelijk betere voorwaarden vinden.

In totaal heeft mijn vermogen 1,7% opgebracht (het gewogen gemiddelde van de returns op aandelen en spaargeld). Is dat goed of slecht? Zoals steeds hangt het er van af waarmee je vergelijkt. De inflatie bedroeg 2% in 2016. In termen van koopkracht ben ik dus iets armer geworden. Spaarders die al hun geld op een rekening met een quasi nulrente lieten staan, verloren meer. Pensioenfondsen zijn een ander nuttig referentiepunt. Hun beheerders investeren voor de lange termijn. Bovendien bestaan hun activa uit een mix van aandelen, obligaties en cash. De Belgische pensioenspaarfondsen haalden een gemiddeld rendement van 3% in 2016, dus iets beter dan mijn resultaat. We zullen volgend jaar zien als dit zo blijft.